SOFIE met een “f”

Mijn interesse voor een lezing werd gewekt door de aankondiging “hoe elk kind een vlotte lezer wordt”. Lezen en dus taal in het algemeen zijn zeer belangrijk in onze moderne maatschappij. Ingewikkelde wiskundige sommen kunnen met de hulp van een rekenmachine nog opgelost worden. Maar wanneer je taalkundig dezelfde hulp verwacht van Google translate kom je zeer bedrogen uit.

Erik Moonen schreef er een boek over, “de alfabetcode” getiteld en nam me bijna drie uur lang in zijn lezing mee in iets wat ik overduidelijk “zijn passie” kan noemen.

Hij struikelde over de vaststelling dat er in een lerarenopleiding wel veel aandacht wordt besteed aan taal en hoe kinderen leren lezen. Alleszins, ze leren de verschillende methodieken die er bestaan om kinderen te leren lezen. En ze leren kinderen die niet mee kunnen op te merken en door te verwijzen naar gespecialiseerde mensen. En er duiken labels op voor die kinderen. Erik zijn passie laadt ineens hoog op want waarom worden kinderen ineens gelabeld, vraagt hij zich af. Er bestaat immers geen test om dyslexie op te sporen. Er bestaat ook geen verschillend traject voor elk apart leesprobleem. Dus het heeft ook geen zin om het label “dyslexie” op een kind te kleven. Labels zijn goed voor potten confituur maar niet voor kinderen, besluit hij.

Vervolgens neemt hij de huidige methodiek van leren lezen in het overgrote deel van de scholen onder de loep. De juf of meester toont je kind lettertekens en verbindt daar een klank aan. Maar Erik stelt voor dit om te keren. Kinderen leren eerst praten. Ze horen dus klanken. Zou het dan niet eenvoudiger zijn om aan deze klanken tekens te verbinden. Als voorbeeld haalt hij de woorden “bom” en “dom” aan. Als kinderen die twee woorden horen denken ze bij “bom” aan iets anders dan “dom”. En het zijn drie verschillende klanken: b, d, om. Als je van klank naar teken redeneert, sla je een brug tussen wat kinderen al kennen.

De lettertekens “B” en “D” blijken niet zo willekeurig aangehaald. Door de gedrukte versies van deze lettertekens krijgen wij als volwassenen een spiegelbeeldeffect. Dat kinderen ineens in spiegelbeeld anders zien klopt niet volgens Erik. Een kind dat zijn mama schildert terwijl de mama naar links kijkt en de volgende keer naar rechts blijft voor een kind gewoon zijn mama. Een eenvoudige oplossing voor deze zogezegde spiegelvorming tussen b en d is de lettertekens te schrijven. Als je aan een kind uitlegt hoe een b en een d geschreven worden zullen deze twee letters niet voor meer verwarring zorgen onderling dan met alle andere tekens.

Dus lijkt het Erik verstandiger om een kind eerst te leren schrijven, dan kan het daarna ook leren lezen. Wel struikelt hij opnieuw over een vaak gehanteerde methodiek in de kleuterschool: de schrijfdans! Wie leert er nu schrijven in de lucht, vraagt hij zich hardop af. Je leert toch ook geen gitaar spelen door middel van luchtgitaar.

Wanneer de kinderen dan letters kunnen schrijven, stelt Erik voor ze te leren lezen door klanken die ze kennen uit hun taal te verbinden met letters. Want ook daar loopt het mis bij de huidige methodiek. Voor de klank “au” hangt er in elk eerste leerjaar een plaatje bij van een prachtige pauw. Echter… de klank die we horen is “auw” en niet “au”.

Er valt zeker iets voor te zeggen en wie meer wil weten moet zijn boek “de alfabetcode” er eens op nalezen. Maar als jij lieve lezer aan het einde van deze tekst bent gekomen, wil dat zeggen dat jij hebt leren lezen, waarschijnlijk met de afbeelding van de prachtige pauw in de klas.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: