Dat valt zeker te pruimen

Terwijl in de ene aangrenzende tuin de buurmeisjes druk aan het overleggen zijn wie op wie verliefd is, wordt mijn aandacht getrokken naar de andere aangrenzende tuin. Daar staat de pruimenboom mooi in bloei. Als de blauwe pruimen even talrijk gaan groeien als de witte bloesem, dan staat mijn buurvrouw er goed op om vele potjes confituur te maken nadat mijn buurman het gevecht met zijn ladder gewonnen heeft en emmers pruimen uit de boom zal kunnen plukken.

De buurmeisjes uit de andere tuin zijn er steeds nog niet helemaal uit wie nu op wie verliefd is en tussen de namen hoor ik al enkele bekenden. Maar ach, het zijn nog kleuters, ik ga me nog geen zorgen maken en hun mama’s best nog niet verwittigen. Op zulke leeftijd kan het even snel overwaaien dan dat het opgekomen is.

Mijn verliefdheid op de papa van mijn dochters waaide na tien jaar ook voorbij dus stond ik enkele zomers geleden voor het eerst met een grasmachine in de hand op ons rechthoekig veldje. Nadat ik het grasmachine uit het tuinhuis had gereden en het van alle kanten eens goed had bekeken besloot ik youtube als hulplijn in te roepen om het aan de praat te krijgen. Ik zag dat er een hendel aan zat en een dop die eraf moest om benzine in te gieten. Een half uur later wandelde ik achter het grasmachine op mijn gazon alsof ik nog nooit iets anders gedaan had. Ik dacht dat met een natuurlijke flair over je gras wandelen meer zelfvertrouwen gaf dan op een verkrampte manier met zo’n zwaar machine en blote tenen in de weer te zijn. Tot mijn verbazing lukte dat echt goed. Na twee keer de motor stil gelegd te hebben om het gemaaide gras in de groencontainer te kieperen, trok ik nog een laatste maal gezwind aan de hendel. Drie stappen later moest ik het grasmachine onmiddellijk stilleggen. Er was een obstakel op mijn pad gekomen. Alsof dat door de echtscheiding en alle mannelijke klusjes die me te wachten stonden nog niet genoeg was. Maar dit was een leuk obstakel. Vlak voor mijn neus viel een mooie blauwe pruim van mijn lieve buurtjes hun boom, en landde zacht neer in mijn hoog gras. Met plezier stopte ik alle werkzaamheden en raapte de pruim op. Verser kon ik ze niet vinden. En ik was de vogels voor, en ook de buurman met zijn ladder. Met veel smaak belandde de overheerlijke pruim in mijn knorrende maag. Dat moment zal ik nooit vergeten. Want het gaf me moed voor alle verrassingen die er nog zouden volgen tijdens mannelijke klusjes.

Toen de buurvrouw een jaar later me een zakje pruimen bracht die weeral in overvloed aan haar boom groeiden heb ik mijn zoete zonde wel opgebiecht. Ze kon er gelukkig hartelijk om lachen.

%d bloggers liken dit: