orgaandonatie

Ik ben altijd in de veronderstelling geweest dat je organen automatisch gedoneerd werden. En dat het omgekeerde waar was: wil je je organen mee in je kist of urne, dan kon je daar een verklaring van behoud voor gaan afleggen op je gemeentehuis. Het enige juiste van bovengaand hersenspinsel van mij is de locatie waar je kan beslissen over het al dan niet doneren van je organen, het gemeentehuis.

Ik ben daar op een erg ongebruikelijke manier achter gekomen, via mijn bankdirecteur. Tijdens mijn zoveelste afspraak om mijn schuldsaldoverzekering in orde te krijgen.

Want geloof me, als je met één been in het ziekenhuis hebt gestaan, geloven verzekeringsinstellingen blijkbaar niet meer dat je er ook gezond terug buiten kan komen.

Tijdens een verhitte discussie tussen mijn huisarts die prat ging op het beroepsgeheim en de medisch afgevaardigde van de verzekering, trok deze laatste een rode kaart voor mij. En laat me net dát geleerd hebben het afgelopen jaar, zwevende tussen ziekenhuis en andere medische zorgen: je kan niet goed genoeg verzekerd zijn! Dus ondernam ik een zoveelste poging om het voor mijn nabestaanden aangenamer te maken met een, je raadt het al, verzekering.

Tijdens het routineus overlopen van de vragenlijst die me deze keer hopelijk wel groen licht zou geven, vroeg mijn bankdirecteur of ik mijn organen wou doneren. Een ietwat ongebruikelijke vraag in het kader van een verzekeringskwestie zou je denken, maar niet enkel het nobel gebaar, ook de korting eraan verbonden voor het verkrijgen van de verzekering trokken me meteen over de streep.

Een tiental minuten later stond ik in het gemeentehuis om te doneren. Het voelde geweldig om zoiets te kunnen doen. Maar dat was buiten het afspraaksysteem gerekend. Voor elke handeling waarbij je persoonlijk een loketbediende wenst te spreken, heb je een afspraak nodig. Ja zelfs als JIJ hén iets wilt geven, in dit geval mijn fel gekoesterde organen.

Maar zelfs deze bureaucratie kon me niet meer afschepen. Enkele muisklikken later had ik een afspraak. Binnen de minuut stond ik aan het loket en gaf ik mijn lever, maag, hart en andere verwanten weg. Toch voelde ik me niet leeg, integendeel! Het gaf me een warm en nobel gevoel misschien ooit iemand te kunnen helpen. Maar om dit te vieren zal ik dat glaasje cava maar laten staan zeker? Anders wilt niemand mijn lever nog.

%d bloggers liken dit: